| Boven mij. |
[June 01, 2006 @ 8:42pm] |
|
Ik val en val en trek allemaal [dingen] met me mee. Dingen, je kent ze wel, paddenstoelen, lantaarnpalen, waterkokers, cactussen, maar ook de liefde en de hartstocht en woede. Klokken en afwasrekjes, alle letters die ik ooit gelezen heb en de meest belachelijke bloempotten die ik verzameld heb bij tallozen rommelmarkten. Theepotten met kitcherige bloemopdrukken, lange vioolstreken, treinkaartjes die niet zijn afgestempeld, de doorns van de rozen, alle golven van de zee, het tuinhekje van mijn buurman die hij die dag daarvoor wedermaal geverfd zal hebben. Uitelkaarvallende fietstassen en beeldjes van dansende mensen. En niet te vergeten het roze schriftje met de hersenspinsels van een oudklasgenootje. De grote torenklokken die me matenloos hebben geirriteerd door hun valse tonen, de oneindigende ongemaaide weides waar wij lagen en waar mannen sliepen op bankjes. Waar ik je zei dat ik zo graag mijn hele leven horizontaal zou willen doorbrengen en jij zei dat dat niet mogelijk was met jou rationele buien. De muziek, o alle muziek die mij zal vervullen met verlangen en hartstocht. Ik zal vallen, zo hard en pijnlijk op een kussen van luchtbellen en dood zal ik niet zijn, maar wel bijna.
|
|